Het CBS bevestigt op 8 september dat consumentenprijzen in augustus gemiddeld 3,3 procent hoger lagen dan een jaar eerder. In juli was dat 3,2 procent. Het nieuwe cijfer komt overeen met de eerste raming van 1 september.
Buitenlandse aankopen
De stijging komt volgens het CBS vooral door duurdere uitgaven van Nederlanders in het buitenland, zoals overnachtingen en tanken. Die groep was 7,4 procent duurder dan een jaar eerder. Ook gas droeg bij. Vergeleken met juli stegen de totale consumentenprijzen met 0,3 procent.
Een maand vertraging
Er is een kanttekening bij die meting: voor buitenlandse consumptie gebruikt het CBS prijsgegevens van andere nationale statistiekbureaus. Omdat hun publicaties ongeveer tegelijk verschijnen met de Nederlandse cijfers, neemt het CBS de voorgaande maand. Voor augustus zijn dus internationale gegevens van juli gebruikt. De buitenlandse prijsbeweging komt daardoor een maand later in de Nederlandse index terecht.
Waarom ook 2,8 procent klopt
Volgens de Europese HICP-methode daalde de Nederlandse inflatie juist van 3,0 naar 2,8 procent. Die methode telt buitenlandse consumptie niet mee. Het CBS schrijft het uiteenlopen van de twee cijfers grotendeels aan dat verschil toe.
De HICP is bedoeld voor vergelijkingen tussen landen en wordt door de Europese Centrale Bank gebruikt voor haar monetaire beleid. Nog een verschil: de Nederlandse CPI rekent prijsontwikkeling van wonen in de eigen woning mee op basis van woninghuren. De HICP laat dat onderdeel weg. Het zijn dus twee verschillende meetlatten voor consumentenprijzen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
Zelfstandig geformuleerde uitleg, gemaakt met behulp van AI op basis van de genoemde bronnen. Zo werken we.
