Jongere generaties in Nederland hebben op dezelfde leeftijd doorgaans meer te besteden en meer vermogen dan eerdere generaties. Toch geldt dat voordeel niet voor iedereen die nu jong is. Een CBS-analyse van 7 september laat zien dat millennials en generatie Z tot ongeveer hun dertigste juist minder vermogen hebben dan hun voorgangers op vergelijkbare leeftijd.
Een woning maakt verschil
Ook bij een eigen huis blijft de jongste generatie achter. Van de onderzochte 24-jarigen uit generatie Z had 20 procent een koopwoning, tegenover 26,6 procent bij millennials op die leeftijd. CBS koppelt die achterstand aan woningtekorten en hoge prijzen. Bij millennials groeide het vermogen juist sterk toen zij dertiger waren; de stijgende huizenprijzen speelden daarbij een rol.
Wat is er precies vergeleken?
De onderzoekers zetten zes geboortegroepen naast elkaar, steeds op dezelfde leeftijd. Ze vergelijken dus niet simpelweg de huidige jongeren met de huidige gepensioneerden. Voor koopkracht gebruiken ze het besteedbare huishoudinkomen, aangepast aan huishoudgrootte en prijsverschillen tussen jaren. Vermogen betekent bezittingen min schulden, inclusief de eigen woning en studieschuld. Pensioenrechten tellen daarbij niet mee.
Geen voorspelling voor ieder individu
De analyse loopt tot 2024; de cijfers voor dat laatste jaar zijn voorlopig. Voor vermogen vergelijkt CBS huishoudens via hun hoofdkostwinner en gebruikt het de mediaan: het middelste bedrag. Zo'n generatiecijfer beschrijft een verdeling en zegt niet hoeveel elke afzonderlijke jongere bezit of later zal opbouwen. Generatie Z is in deze vergelijking nog hooguit 24 jaar.
Verder bij de bron
De feiten en aankondigingen achter deze Nxt-brief.
Zelfstandig geformuleerde uitleg, gemaakt met behulp van AI op basis van de genoemde bronnen. Zo werken we.
