In augustus zijn in Nederland 304 eenmanszaken, bedrijven en instellingen failliet verklaard, na correctie voor zittingsdagen. Dat blijkt uit de CBS-cijfers van 11 september. Het zijn er 24 meer dan in augustus 2025 en 38 meer dan in juli. De stijging zegt iets over deze maand; ze betekent niet vanzelf dat de langere ontwikkeling is omgeslagen.

Horeca blijft kwetsbaar, maar daalt

In de horeca waren er naar verhouding de meeste faillissementen: 21 per honderdduizend bedrijven. Een jaar eerder was dat nog 30,8. Een branche kan dus bovenaan staan en tegelijk verbeteren ten opzichte van vorig jaar. Voor de landelijke faillissementsgraad noemt het CBS sinds het najaar van 2024 nog steeds een licht dalende trend, ondanks de hogere stand in augustus.

Wat telt het CBS precies?

Het cijfer gaat over een faillietverklaring door een rechter. Het CBS telt daarbij eenmanszaken, bedrijven en instellingen. De maanduitkomsten worden aangepast voor verschillen in het aantal zittingsdagen van rechtbanken. Dat voorkomt dat een vergelijking uitsluitend door een andere rechtbankkalender wordt beïnvloed. Het getal 304 is dus een gecorrigeerd statistisch cijfer.

Aantallen en verhoudingen lezen

De faillissementsgraad zet faillissementen af tegen het aantal bedrijven: de maat wordt uitgedrukt per honderdduizend juridische eenheden. Daardoor kijk je naar de omvang van faillissementen in verhouding tot de bedrijvenpopulatie. Voor het landelijke totaalcijfer past het CBS de zittingsdagcorrectie toe, maar voor de branchecijfers niet. Die verschillende berekeningsbasis is van belang wanneer je de tabellen naast elkaar legt.

Wat gebeurt er na een faillietverklaring?

Een faillissement is een juridische procedure met concrete gevolgen voor schuldeisers. Rechtspraak legt uit dat de rechter bij de faillietverklaring een curator en een rechter-commissaris aanstelt. Het vonnis wordt geregistreerd in het Centraal Insolventieregister en bekendgemaakt in de Staatscourant. Een enkele onbetaalde rekening is op zichzelf nog geen faillietverklaring.

De curator inventariseert het vermogen, de vorderingen en de volgorde waarin schuldeisers betaald kunnen worden. Wie geld tegoed heeft, dient de vordering met bewijsstukken bij de curator in. Of er uiteindelijk geld wordt uitgekeerd, hangt af van wat er beschikbaar is. Het maandcijfer van het CBS vertelt daarmee niet hoeveel afzonderlijke leveranciers hun volledige vordering terugkrijgen.

Als het loon niet meer komt

Voor werknemers kan blijvende betalingsonmacht betekenen dat UWV bepaalde betalingsverplichtingen overneemt. UWV beoordeelt of daarvan sprake is en of een werknemer recht heeft op de betreffende uitkering. Het adviseert betalingsproblemen te melden en met de aanvraag te wachten totdat duidelijk is dat UWV de verplichting overneemt. Te vroeg aanvragen kan tot afwijzing leiden.

Wel kunnen werknemers alvast relevante stukken veiligstellen, zoals loonstroken, hun arbeidsovereenkomst en overzichten van vakantiedagen of nog te betalen bedragen. UWV waarschuwt dat die documenten later mogelijk niet meer bereikbaar zijn. Dat is praktische voorbereiding voor een individueel dossier; de algemene faillissementscijfers bepalen niet of een specifieke werknemer een uitkering krijgt.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze