De Inspectie Leefomgeving en Transport waarschuwt op 11 september dat PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen de toekomstige drinkwatervoorziening onder druk zetten. Volgens haar berekeningen komt door dat gebruik jaarlijks minstens 21.000 kilo TFA vrij. Dat getal beschrijft een berekende jaarlijkse uitstoot, geen gemeten hoeveelheid in een glas kraanwater. De ILT verwacht dat de door het RIVM geadviseerde waarde ook in diep grondwater binnen twintig jaar wordt overschreden als de toevoer ongewijzigd doorgaat. Die voorwaarde is belangrijk: het gaat om een toekomstscenario waarvoor de inspectie maatregelen vraagt.
Waarom er twee verschillende waarden zijn
Volgens het RIVM voldoet Nederlands drinkwater aan de wettelijke limiet: samen maximaal 100 nanogram per liter voor twintig aangewezen PFAS. Daarnaast adviseert het instituut een gezondheidskundige richtwaarde van 4,4 nanogram per liter, uitgedrukt in PFOA-equivalenten. Dat laatste is een gewogen maat: verschillende PFAS worden omgerekend naar hun relatieve schadelijkheid. De getallen gebruiken dus niet dezelfde meetlat. Voldoen aan de wettelijke somnorm betekent daardoor niet automatisch dat ook de gezondheidskundige richtwaarde wordt gehaald. Dat verklaart hoe water aan de wet kan voldoen terwijl onderzoekers toch vermindering van PFAS noodzakelijk vinden.
Het RIVM bekijkt ook de totale blootstelling. In zijn berekening uit 2023 leverde voedsel gemiddeld driemaal zoveel PFAS als drinkwater. De hoeveelheid uit drinkwater afzonderlijk bleef onder de gezondheidskundige grenswaarde; voedsel en water samen kwamen erboven. Dat zijn bevolkingsgemiddelden, geen diagnose voor een individuele drinkwatergebruiker.
Toelatingen worden opnieuw onderzocht
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden kondigde al op 18 december 2025 een herbeoordeling van 46 PFAS-houdende middelen aan. Aanleiding was Deens onderzoek naar de vorming van TFA: een afbraakproduct dat zich gemakkelijk verplaatst en nauwelijks afbreekt. Het college gebruikt Nederlandse grondwatermodellen, omdat beoordelingscriteria en modellen per land verschillen. Daarmee moet worden vastgesteld of middelen hier nog aan de toelatingscriteria voldoen. Ook nieuwe en lopende aanvragen voor de betrokken werkzame stoffen vallen onder die beoordeling. Het eerdere besluit was dus een opdracht om toelatingen opnieuw te toetsen, geen aankondiging dat alle betrokken middelen onmiddellijk verboden waren. Het Ctgb vroeg tevens onderzoek naar gevolgen voor de landbouw en naar vervangende middelen.
Waterbeheerders willen vervuiling eerder stoppen
De Unie van Waterschappen reageert op de nieuwe waarschuwing met een pleidooi voor een volledig PFAS-verbod. Dat is haar beleidswens, geen beschrijving van een al ingevoerd verbod. De organisatie wijst er tegelijk op dat telers middelen gebruiken die zijn toegelaten. Volgens de waterschappen moeten die toelatingen daarom beter aansluiten bij de waterkwaliteitsdoelen en beschikbare alternatieven. Hun inzet ligt bij het voorkomen van nieuwe vervuiling, zodat waterbeheerders achteraf minder hoeven op te lossen met steeds zwaardere zuivering.
Meer zicht op herkomst en verspreiding
Waterschappen breiden volgens de Unie de komende jaren hun metingen van PFAS en TFA uit, onder meer voor de Kaderrichtlijn Water. Die monitoring moet duidelijker maken waar vervuiling vandaan komt en hoe omvangrijk zij is. Naast besluiten over middelen is zulke informatie nodig om maatregelen gericht te kunnen nemen en hun effect te volgen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
