Het kabinet heeft op 11 september een pakket aangekondigd om het Nederlandse elektriciteitsnet sneller uit te breiden. Staatssecretaris De Bat wil bestaande wetten aanpassen en reserve op het net benutten. De beoogde halvering van doorlooptijden is een doel, geen bereikt resultaat.

Kortere procedures

Volgens het kabinet gaan zaken over stroomverbindingen vanaf 1 oktober rechtstreeks naar de hoogste rechter, met een uitspraaktermijn van maximaal zes maanden. Ook wil het vergunningen voor hoogspanningsstations schrappen. Een vrijstelling van stikstofvergunningen is nog afhankelijk van een akkoord in Brussel: die is dus niet al geregeld.

Waarom het net vastloopt

Netcongestie betekent dat kabels en stations de gevraagde hoeveelheid stroom op een bepaald moment niet kunnen vervoeren. De overheidsuitleg noemt de uren tussen vier uur 's middags en negen uur 's avonds als voorbeeld van drukte. Huishoudens koken elektrisch of laden hun auto op, terwijl bedrijven eveneens stroom nodig hebben. Ook een groot aanbod van opgewekte elektriciteit kan het net belasten. Het knelpunt zit daarmee in het transport op specifieke momenten en plekken; alleen kijken naar de totale hoeveelheid geproduceerde stroom verklaart het probleem niet.

Waarvoor de reserve dient

De zogenoemde vluchtstrook heeft een veiligheidsfunctie. In een eerdere toelichting beschrijft toezichthouder ACM extra capaciteit waarmee een hoogspanningsnet een storing kan opvangen. Die reserve helpt de stroomvoorziening overeind te houden wanneer een onderdeel uitvalt. Gebruik van die ruimte vergt daarom afspraken over wie zo nodig wordt afgeschakeld. De ACM beschreef dit al in 2022 voor wind- en zonneparken: hun productie kan bij een storing worden onderbroken om andere afnemers te blijven bedienen. Reserveruimte is dus geen gewone, onbeperkt beschikbare extra aansluiting.

Wie krijgt voorrang?

Bij netcongestie onderscheidt de overheid sinds juli drie groepen met voorrang: projecten die het net ontlasten, organisaties voor veiligheid en belangrijke basisvoorzieningen. Onder die laatste groep vallen bijvoorbeeld woningen, scholen en openbaar vervoer. Die indeling verdeelt schaarse capaciteit; zij maakt de fysieke transportcapaciteit niet groter.

Wat verandert er thuis?

Wie geen zwaardere aansluiting aanvraagt, houdt volgens de Rijksoverheid zijn bestaande aansluiting en kan zijn huidige apparaten blijven gebruiken. Bij een verbouwing, warmtepomp of laadpaal is een verzwaring bovendien niet altijd nodig. De overheid adviseert vooraf een installateur of adviseur te laten beoordelen wat de bestaande aansluiting aankan. Dat is een andere vraag dan of het openbare net nog ruimte heeft. Voor nieuwe aanvragen gelden sinds juli voorrangsregels. Wachttijden verschillen per regio; de overheid noemt Utrecht en omgeving als gebied waar het net bijzonder vol is. Een landelijk versnellingspakket geeft daardoor nog geen individuele aansluitdatum.

Bedrijven willen zekerheid

Belangenorganisatie VEMW reageert positief op meer openheid over beschikbare netcapaciteit en wachtrijen. Daarmee kunnen bedrijven hun investeringen beter plannen, stelt zij. Tegelijk waarschuwt VEMW voor het beperken van vaste transportrechten: bedrijven baseren hun bedrijfsvoering en uitbreidingsplannen op die zekerheid. De organisatie wil eerst weten welk probleem nieuwe verplichtingen precies oplossen. Ook vraagt zij duidelijkheid over voorwaarden en vergoedingen bij flexibel stroomgebruik. Dat laat zien waar de praktische discussie zit: bedrijven moeten hun verbruik kunnen aanpassen, terwijl hun productie en investeringen voorspelbaarheid vragen.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze